<

Wandelroute: Landgoederen

route

Deze route voert u langs enkele prachtige landgoederen. De route kunt u lopen of fietsen. Totale afstand 11 km.

1. Oudheidkamer

Oudheidkamer

In de Oudheidkamer kunt u veel informatie vinden over de geschiedenis van Woudenberg en zijn inwoners.

Er zijn vaste tentoonstellingen (zoals: "Reis door de tijd", de schoolklas en de woonkamer) en wisseltentoonstellingen waar u informatie krijgt over bijvoorbeeld de tabaksteelt of de invloed van de kerk in Woudenberg.

Ook heeft de Oudheidkamer een onderzoekskamer waar u vele naslagwerken vindt (open op maandag van 13.30 - 16.00).

De Oudheidkamer van Woudenberg wordt beheerd door de Stichting Oud Woudenberg (www.oudwoudenberg.nl ).

Sinds maart 2012 is de Oudheidkamer gevestigd in het Cultuurhuis, Dorpsstraat 40 te Woudenberg.
In het Cultuurhuis vindt u ook de bibliotheek, de VVV en de Stichting Kunst en Cultuur.

De openingstijden van de Oudheidkamer zijn:
maandag    13.30 - 16.00
dinsdag      10.00 - 12.30
woensdag   13.30 - 16.00
vrijdag       18.30 - 20.30

2. Den Treek

Den Treek

HOOFDGEBOUW.

 

Onderkelderd rode bakstenen, grotendeels gestuct hoofdgebouw in oorsprong daterend uit de 17de eeuw of eerder. In 1807 is het huis door de toenmalige eigenaar mr. Willem Hendrik de Beaufort verbouwd tot een middenstuk met twee zijvleugels in neoclassicistische stijl, zoals thans nog aanwezig. Door het toen geldende bouwverbod van overheidswege konden voor deze verbouwing geen nieuwe bouwmaterialen aangevoerd worden, zodat De Beaufort genoodzaakt was het oude huis zoveel mogelijk te sparen en verder gebruik te maken van oude bouwmaterialen waarvoor deze een buitenplaats aan de Vecht liet afbreken om de benodigde bouwkundige onderdelen, zoals deuren, dorpels en kozijnen te verkrijgen. Deze omstandigheid verklaart de eigenaardige verhouding van het middenstuk ten aanzienvan de zijvleugels.

Aan het eindevan de 19deeeuw is het huis ingrijpend verbouwd en met een toren en eenlaagse aanbouw tegen de zuidgevel uitgebreid (zie foto uit ca.1910).

In 1949 is het pand door architect ir. G. Pothoven nogmaals verbouwd, waarbij de aanbouw met een verdieping is verhoogd en de gietijzeren wintertuin aan de achterzijde is vervangen door een serre. Het huidige rechthoekige gebouw bestaat uit een bakstenen middenstuk van drie bouwlagen geflankeerd door gestucte zijvleugels van twee bouwlagen onder een met blauwe Oud-Hollandse pannen gedekt afgeplat schilddak. Aansluitend tegen de zuidgevel staat een op vierkante grondslag opgetrokken, gewitte toren (trappenhuis) van drie bouwlagen onder een met driehoekige leien in maasdekking gedekt vierzijdig puntdak bekroond door een vergulde windvaan.

Tegen de toren staat een rechthoekige gestucte en gewitte aanbouw van twee bouwlagen onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt afgeplat schilddak. Het middengedeelte en de vleugels staan op een hardstenen voet, die aan de zij- en achtergevel in een gestucte voet met speklagen en in de aanbouw in een gestucte voet overgaat. De voorgevel heeft ter hoogtevan de verdiepingeen hardstenen kordonlijst, het huis wordt door een kroonlijst afgesloten. De ingangspartij is gelegen aan de voor(west)zijde van het huis in de centrale travee van het middengedeelte, die hoger is opgetrokken dan de zijtraveeën en wordt afgesloten door een brede kroonlijst waarboven een cirkelvormig kuifstuk met wangen. Aan een hardstenen bordes van twee treden bevindt zich een dubbele houten toegangsdeur met paneelvakken en een getoogd enkelruits bovenlicht met aan weerszijden een langgerekt venster met enkelruits bovenlicht en paneelvak aan de onderzijde. De vensters en deur zijn gevat in een pilasterstelling die onderdeel uitmaakt van gestuct lijstwerk, waarmee de ingangspartij en de centrale travee van het middengedeelte een extra accent krijgen. De vier pilasters worden bekroond door voluutvormige consoles, die een houten rechthoekig balkon met een balustrade van balustervormige spijlen ondersteunen.

Op de verdieping een ensemble van twee balkondeuren met tweeruitsindeling en enkelruitsbovenlicht, dat door lijstwerk wordt omgeven en door een timpaan wordt bekroond. Erboven ter hoogtevan de tweedeverdieping zijn twee gekoppelde omlijste mezzaninovensters. In de zijtraveeën bevinden zich eveneens omlijste vensters: begane gronds een T-venster, op de verdieping een vierruitsvenster bekroond door een timpaan en op de tweede verdieping een mezzaninovenster. Onder enkele vensters op de begane grond een horizontaal diefijzer. De twee-assige zijvleugels vertonen aan de voorzijde twee tot de voet doorgetrokken zesruitsvenster met halfronde bovenlichten voorzien van spaakroeden gevat in een rechthoekige omlijsting met kroonlijst, op de verdieping twee zesruitsvensters met persiennes eveneens gevat in een omlijsting met kroonlijst en een halfronde tweeruits dakkapel. In de ten aanzienvan de zijvleugeliets terugliggende toren een door een hardstenen bordes van twee treden voorafgegane smalle dubbele zesruitsdeur met halfrond tweeruits bovenlicht. De bordestrap wordt aan weerszijden door een rechte met hardsteen beklede sokkel begrensd en is van een glazen luifel voorzien. Op de eerste verdieping twee door omlijsting aangekoppelde hoge enkelruitsvensters met rondboog bovenlicht, in de tweede verdieping, die met leien is bekleed, een keperboogvormig vierruitsvenster. De torenkap vertoont aan deze zijde een klein driehoekig, licht naar voren zwenkende dakkapel met spitsboogruitvenster. Aansluitend de aanbouw, waarvan het gevelvlak iets naar voren springt en waarin zich één travee van een slank tweeruitsvenster met halfrond bovenlicht en een halfrond tweeruitsvenster bevindt. De voorgevel heeft op de begane grond rechts een vierruitsvenster met halfrond bovenlicht voorzien van spaakroeden gevat in een rechthoekige omlijsting en op de verdieping twee zesruitsvensters. In de rechtergevel een halfrond enkelruitsvenster. In de achtergevelvan de aanbouwop de begane grond twee zesruitsvensters met halfronde bovenlichten voorzien van spaakroeden en op de verdieping twee zesruitsvensters. Aansluitend de achtergevelvan de torenmet een keldervenster met diefijzers en daarboven, het verspringende verloop van het trappenhuis volgend, drie slanke halfronde tweeruitsvensters met diefijzers. De tweede verdieping en de toren kennen hetzelfde aanzicht als de voorzijde. In de hoekvan de torenen de vleugel is een houten laat-19de-eeuwse serre staande op een voet waarin een halfrond gietijzeren venster met spaakroeden en onder een met leien gedekt afgeplat schilddak met gebogen schilden. In de serre grote meerruitsvensters met bovenlichten en paneelvakken aan de onderzijde. Rechtsvan de serretwee souterrainvensters en twee meerruitsvensters met bovenlichten, op de verdieping drie zesruits schuifvensters met persiennes, hierboven twee vierruits dakkapellen. De twee zijvleugels aan weerszijden van het middenstuk kennen een identieke gevelindeling met drie vensterassen opgebouwd uit een souterrainvenster, een zesruitsvenster met halfrond bovenlicht voorzien van spaakroeden, een zesruitsvenster met persiennes en in het dakvlak een halfronde dakkapel. De indeling van het middenstuk met drie traveeën, de afsluiting ervan door een verspringende brede kroonlijst met centraal geplaatst kuifstuk en de omlijsting en indelingvan de venstersis identiek aan de voorgevel, alleen de ruitsindelingvan de centralevensterpartij op de verdieping en de opzet van het middenstuk is deels anders van opzet.

Op de verdieping een kozijn dubbele enkelruits balkondeur met enkelruits bovenlicht en aan weerszijden een gekoppeld tweeruitsvenster. Een opvallend element vormt het gevelbrede bordes met dubbele kwartcirkelvormige bordestrap en serre met bovengelegen balkon met houten balustrade. Het bordes is voorzien van een balustrade met hardstenen balusters, de trap heeft eenvoudig smeedijzeren leuningen. De serre bestaat uit een door Dorische pilasters pilasters in drie velden gedeelde en aan weerszijden door halve Dorische pilasters afgesloten vensterkozijnen; het middelste veld vertoont centraal een dubbele vierruitsdeur. Binnen de serre heeft de achtergevel ter hoogtevan de middenrisaliettwee dubbele glazen enkelruitsdeuren met getoogd bovenlicht met aan weerszijden een vierruitsvenster. De zijgevelsvan de serre(inwendig) zijn bekleed met een vroeg 20ste-eeuwse rots-imitatie van riet bekleed met cement voorzien van planten. In het bordes zijn souterrain vensters en een toegangsdeur.

In het INTERIEUR is ondermeer van belang de oorspronkelijke plattegrond met centrale rechthoekige hal met bovenlicht en omgaande balustrade; de aankledingvan de eetkamermet houten betimmeringen en wandbespanning met op doek geplakt bedrukt Frans papier - een zogeheten panoramabehangsel - met arcadische landschappen en bloemen; de scheidingswand tussen de eetkamer en de voorkamer met in deze beide kamers een Utrechtse schouw voorzien van een marmeren mantel en een boezem met spiegel die verschuifbaar is, aan weerszijdenvan de schouwdubbele deuren waarvan de rechter als kast is vormgegeven; de aankledingvan de jachtkamermet een gekleurd plafond en een papieren behangsel met hout-imitatie en opgeplakte medaillons waarin jachttaferelen; op de verdieping is in eenvan de slaapkamersnog een vroeg 19de-eeuwse kachelnis.

 

Waardering: HOOFDGEBOUW van algemeen belang: - vanwege de ouderdom; - vanwege de typologische ontwikkeling van boerderij met aangebouwde herenkamer naar buitenplaats; - vanwege de architectonische vormgeving in neoclassicistische stijl; - vanwege de gaaf bewaarde interieuronderdelen met name de behangsels in eet- en jachtkamer; - vanwege de vroeg-20ste-eeuwse rotsimitatie in de serre, als bijzonder en zeldzaam element; - vanwege de markante ligging binnen de historische tuin- en parkaanleg; - vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelenvan de buitenplaats.

 

 

3. De Boom Geeresteinselaan

De Boom

Het HOOFDHUIS in de vorm van een witgepleisterd eclectisch herenhuis is in de jaren 1879-1881 gebouwd in opdracht van de familie De Beaufort. Het huis gesitueerd aan de zuidzijde van het park nabij de Arnhemseweg is te bereiken via een in oostelijke richting afbuigende oprijlaan vanaf deze weg. Het heeft een L-vormig grondplan met een rechthoekig hoofdvolume dat zes traveeën breed is en drie diep en aansluitend rechtsachter een aangebouwde vleugel van twee bij één travee. Deze vleugel in dezelfde stijl als de middenpartij aan de voorzijde dateert uit 1912 en is ontworpen door de H.W. Hanrath. Het deels onderkelderde huis bestaat uit twee bouwlagen met aan de voorzijde een drielaags risalerende middenpartij en rechtsachter een vleugel van drie bouwlagen. Het dak is met uitzondering van het risaliet aan de voorzijde voorzien van een balustrade, waarbinnen aan de linker- en rechterzijde een classicistisch vormgegeven dakkapel is opgenomen.

4. Groenewoude

Groenewoude

Dit kasteel stond aan de Ekris en is rond 1400 gebouwd door Willem van Groenewoude, heer van Abcoude.

In 1459 werd het kasteel verkocht aan Johan Taets van Amerongen.

Dit geslacht blijft eigenaar van het kasteel tot 1643 toen het werd verkocht aan  Maria Hondeling.

Na diverse eigendomswisselingen komt het kasteel in 1685 in het bezit van de Utrechtse burgemeestersfamilie De Gruyter. Na diverse verervingen wordt het in 1837 verkocht aan Hendrik Daniël Hooft die het in 1859  laat afbreken.

 

Alleen de toegangspoort en het koetshuis aan de Ekris herinneren nog aan het bestaan van dit kasteel.

5. Ridderhofstede Geerestein

Hofstede Geerestein

Kasteel Geeresteinis een kasteel en ridderhofstad gelegen net ten noorden van Woudenberg.

Geerestein is hoogstwaarschijnlijk tussen 1394 en 1402 gebouwd door Jacob van Zuylen van Nijevelt (?-1418). Na het overlijden erfde zijn zoon Steven van Zuylen van Nijevelt (±1400-?), maarschalk van Eemland[1] en raad van bisschop David van Bourgondië (±1427-1496), Geerestein. In 1430 blijkt hij daar ook daadwerkelijk te wonen. In de archieven is pas vanaf 1477 weer wat te vinden over Geerestein.

In 1478 droeg hij Geerestein over aan zijn broer Gerrit van Zuylen van Nijevelt. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten waren Steven, Gerrit en Jan aanvoerders van de Hoekse factie. Daarmee waren zij ook tegenstanders van bisschop David van Bourgondië. In 1482 belegerde de bisschop David van Bourgondië het kasteel en in juni van dat jaar, nam hij het kasteel door verraad in. De broers werden gevangengezet op kasteel Duurstede. Na het overlijden van de bisschop David van Bourgondië in 1496, werd Gerrit benoemd tot maarschalk van Amersfoort en Eemland. De kleinzoon van Gerrit, Arend van Zuylen van Nijevelt, werd in 1546 heer van Geerestein en Hoevelaken. Hij is te beschouwen als de bouwer van het huidige Geerestein.

In 1834 heeft Hendrik Daniël Hooft (25 oktober 1798 - 10 september 1879)[2] het landgoed gekocht.

Op de voorgevel is een familiewapen te zien welke uitgevoerd is in de kleuren van de ridderhofstad Geerestein.

Open deze route binnen Woudenberg op de Kaart

Kaartgegevens ©2017 Google